ECLI:NL:RBROT:2024:12582

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
15 augustus 2024
Publicatiedatum
13 december 2024
Zaaknummer
FT RK 24/575
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 284 lid 4 FwArt. 287 lid 6 FwArt. 287 lid 7 FwArt. 1:378 BW
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verzoek toepassing schuldsaneringsregeling wegens taakoverschrijding beschermingsbewindvoerder

De beschermingsbewindvoerder van verzoeker diende op 14 mei 2024 een verzoek in tot toepassing van de schuldsaneringsregeling namens verzoeker, die vanwege zijn gezondheidssituatie niet in staat was zelf te verschijnen. Verzoeker verblijft in een verpleeghuis en is door meerdere herseninfarcten en afasie niet in staat zijn wil te bepalen. Tijdens de zitting op 8 augustus 2024 werd verzoeker vertegenwoordigd door zijn beschermingsbewindvoerder en een schuldhulpverlener.

De rechtbank oordeelt dat het verzoek niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat het indienen van een verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling niet binnen de taak en bevoegdheid van de beschermingsbewindvoerder valt. Deze heeft slechts beheer over de onder bewind staande goederen en kan niet zelfstandig een dergelijk verzoek doen, zeker niet namens een wilsonbekwame schuldenaar zonder volmacht.

De rechtbank wees de beschermingsbewindvoerder en schuldhulpverlener op alternatieven zoals het aanvragen van curatorschap of het indienen van het verzoek door het college van burgemeester en wethouders van de woonplaats van verzoeker. Het vonnis werd uitgesproken op 15 augustus 2024 door rechter M. Aukema.

Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wegens onbevoegdheid van de beschermingsbewindvoerder.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
verzoek toepassing schuldsaneringsregeling: niet-ontvankelijk
rekestnummer: [nummer]
uitspraakdatum: 15 augustus 2024
[verzoeker],
wonende te [adres]
[postcode] [woonplaats] ,
verzoeker.

1.De procedure

De beschermingsbewindvoerder van verzoeker heeft op 14 mei 2024 een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Verzoeker is vanwege zijn gezondheidssituatie niet in staat om gehoord te worden. Hij werd ter zitting van 8 augustus 2024 vertegenwoordigd door de beschermingsbewindvoerder, mevrouw Amsterdam namens Beschermingsbewindkantoor Nederland B.V. [persoon A] , schuldhulpverlener namens [persoon B] c.s. was eveneens aanwezig.
De uitspraak is bepaald op heden.

2.De beoordeling

Verzoeker verblijft vanwege zijn gezondheidssituatie in een verpleeghuis bij Laurens, waar hij 24 uur per dag begeleiding krijgt. Hij heeft meerdere herseninfarcten gehad waardoor hij gedeeltelijk is verlamd. Omdat verzoeker ook lijdt aan Afasie, is hij niet in staat om een gesprek te voeren; hij werd ter zitting vertegenwoordigd door zijn beschermingsbewindvoerder en een schuldhulpverlener.
De schuldhulpverlener van verzoeker heeft ter zitting verklaard dat zij zich, samen met de beschermingsbewindvoerder, genoodzaakt voelde om iets te doen aan de schuldensituatie van verzoeker. Omdat de huidige omstandigheden waarin verzoeker verkeert zorgen voor beperkte mogelijkheden en verzoeker niet in staat is zelf zijn wil te bepalen, hebben de beschermingsbewindvoerder en schuldhulpverlener samen besloten alsnog een verzoek in te dienen, ondertekend door de beschermingsbewindvoerder van verzoeker.
De rechtbank oordeelt als volgt.
De rechtbank vindt dat het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Het behoort niet tot de taak van de beschermingsbewindvoerder om zelfstandig een verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling te doen (Hoge Raad 25 mei 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV4010). Het valt buiten haar taakveld en bevoegdheden. Zij heeft het beheer over de onder bewind staande goederen en kan daarover beschikken (met machtiging soms van de kantonrechter) maar het indienen van een verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling kan niet als daad van beheer worden beschouwd en behoort niet tot de taak van de beschermingsbewindvoerder. Nu de schuldenaar kennelijk wilsonbekwaam is kan de beschermingsbewindvoerder wat dat betreft de schuldenaar ook niet met diens volmacht vertegenwoordigen.
Verzoeker zal op grond van het voorgaande niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
De rechtbank heeft de beschermingsbewindvoerder en schuldhulpverlener ter zitting gewezen op de mogelijke alternatieven om de schuldensituatie van verzoeker aan te pakken:
De wet voorziet in andere mogelijkheden indien de rechthebbende wilsonbekwaam is en niet zelf een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling in kan dienen. Bijvoorbeeld via het (alsnog aanvragen van het) curatorschap (art. 1: 378 BW e.v.). Een curator heeft wél de bevoegdheid om een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling in te dienen.
Daarnaast bestaat de route van art. 284 lid 4 Fw Pro. Als het voor een schuldenaar niet mogelijk is om zelf een verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling te doen, kan het verzoek ook worden gedaan door het college van burgemeesters en wethouders van de gemeente waarin deze persoon zijn woon- of verblijfplaats heeft. Het college handelt dan niet namens de schuldenaar, maar ten behoeve van de schuldenaar (zie ook artikel 287 lid 6 en Pro lid 7 Fw).

3.De beslissing

De rechtbank:
- verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Aukema, rechter, en in aanwezigheid van A.B.T. Fernandes Pedra, griffier, in het openbaar uitgesproken op 15 augustus 2024. [1]

Voetnoten

1.Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.