Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[persoon A] (hierna: ‘ [persoon A] )’,
[persoon B](hierna: ‘ [persoon B] ’),
1.[persoon C] (hierna: ‘ [persoon C] ’),
[persoon D](hierna: ‘ [persoon D] ’),
1.De procedure
2.Het geschil
3.De beoordeling
red. uw cliënt en de zuster van uw client) volgens de wet erven, maar dat mag absoluut niet gebeuren. Nog geen cent, heeft u dat goed begrepen notaris? Nog geen cent”, zei hij. De heer [persoon F] heeft mij – in niet mis te verstane bewoordingen – allerlei typeringen (deels bekend bij uw cliënt) van “die twee” gegeven en ook uitgelegd waarom ze absoluut niet mogen erven.
“Afgelopen maandag broer overleden. Samen goed gehad, het zorgen voor broer werd steeds lastiger, heel lang zelf gedaan. Het is goed zo. “Gezegende leeftijd”.
“Lang mee gewacht zeg ik -> we denken allemaal dat we eeuwig leven hebben”en
“nu weet ik dat het moet aanpassen”.
“geen concept testament! let op! wil dat niet laten slingeren in huis. Wel van levenstestament”.
“fysiek zwak, alles doorgenomen”.
“legaten niet nodig”, met daarachter genoteerd de door erflater gegeven toelichting.
“dhr. [erflater 1] heeft geen kracht meer om te tekenen”.
“dhr. [erflater 1] sluit af dat hij het fijn vindt dat ik teken als zoon van oud-notaris [naam notaris] -> heeft hij goede herinneringen aan”.