ECLI:NL:RBROT:2024:12945
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering en terugvordering wegens schending inlichtingenplicht zonder dringende redenen
Eisers ontvingen een bijstandsuitkering die per 1 augustus 2023 werd ingetrokken omdat eiser als zelfstandig ondernemer was gestart en het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Het college vorderde een bedrag van ruim €5.200,- terug vanwege niet verstrekte inkomsteninformatie. Eisers voerden aan dat sprake was van dringende redenen, onder meer vanwege een telefoontje met de werkconsulent dat niet adequaat werd beantwoord.
De rechtbank sluit aan bij een recente uitspraak van de Centrale Raad van Beroep waarin het begrip dringende redenen ruimer wordt uitgelegd. Hierbij wordt gekeken naar het aandeel van het bestuursorgaan en de belanghebbende in de ontstane situatie en de gevolgen van terugvordering. De rechtbank oordeelt dat het college geen aandeel had in de situatie, gezien de adequate communicatie en waarschuwingen aan eiser.
De belangenafweging van het college, waarbij het terugvorderen van ten onrechte ontvangen bijstand prevaleert boven het financiële belang van eisers, wordt als proportioneel beoordeeld. De financiële moeilijkheden van eisers zijn niet voldoende om af te zien van terugvordering. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en eisers krijgen geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot intrekking van de bijstandsuitkering en terugvordering wordt ongegrond verklaard.