ECLI:NL:RBROT:2024:12946
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor reeds betaalde eerste maand huur
De rechtbank Rotterdam heeft op 24 december 2024 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak over bijzondere bijstand voor de eerste maand huishuur. Eiseres, als bewindvoerder van betrokkene, had namens betrokkene bijzondere bijstand aangevraagd, maar deze werd afgewezen omdat de huurkosten al op 29 november 2023 waren voldaan.
De rechtbank oordeelde dat bijzondere bijstand op grond van artikel 35, eerste lid, van de Participatiewet alleen kan worden toegekend voor kosten die zich voordoen op het moment van aanvraag en voortvloeien uit bijzondere omstandigheden. Omdat de kosten al waren betaald vóór de aanvraag, was er geen grond voor bijzondere bijstand. De rechtbank verwierp ook het beroep op het zorgvuldigheidsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel, aangezien betrokkene niet is gehoord maar dit niet leidde tot een ander besluit en de nadelige gevolgen niet waren onderbouwd.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Eiseres kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is openbaar en kan worden aangevochten bij de Centrale Raad van Beroep binnen zes weken na verzending.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van bijzondere bijstand voor de eerste maand huur wordt ongegrond verklaard omdat de kosten al vóór de aanvraag waren voldaan.