Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter van 23 december 2024 in de zaak tussen
[verzoeker], uit [plaatsnaam], verzoeker
Inleiding
Beoordeling door de voorzieningenrechter
Conclusie en gevolgen
Beslissing
23 december 2024.
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker, een AOW-gerechtigde met een (klein) pensioen en AIO-aanvulling, heeft een aanvraag bijzondere bijstand voor zijn huurschuld van circa €12.000,- ingediend, welke door het college is afgewezen. De voorzieningenrechter bevestigt deze afwijzing en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Hoewel de verhuurder een ontruimingsprocedure is gestart, is er nog geen ontruimingsvonnis en bestaat er geen acute dreiging van huisuitzetting. Verzoeker heeft voldoende tijd om een schuldenregeling te onderzoeken, hetgeen volgens het college en de voorzieningenrechter de gepaste weg is. De voorzieningenrechter acht het ontbreken van dringende redenen en het feit dat verzoeker maandelijks zijn huur betaalt en een betalingsregeling volgt, doorslaggevend.
De voorzieningenrechter benadrukt dat het verzoek een voorlopig karakter heeft en geen bindende uitspraak vormt voor het bodemgeding. Er is geen aanleiding om het college te verplichten bijzondere bijstand te verlenen, noch tot vergoeding van griffiekosten of proceskosten. De uitspraak is definitief en staat geen hoger beroep of verzet tegen open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en het college hoeft geen bijzondere bijstand te verlenen.