ECLI:NL:RBROT:2024:13061
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen WOZ-aanslagen en proceskostenvergoeding; deels gegrond en onbevoegdheid rechtbank
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de WOZ-waardeaanslagen en proceskostenvergoedingen voor twee onroerende zaken. De heffingsambtenaar had de aanslagen ambtshalve verminderd naar nihil. De rechtbank oordeelt dat het beroep tegen de aanslag op het eerste adres gegrond is vanwege een te lage proceskostenvergoeding in bezwaar en vernietigt het bestreden besluit, waarbij de rechtsgevolgen van de aanslag in stand blijven.
Voor het tweede adres verklaart de rechtbank zich onbevoegd omdat de ambtshalve vermindering van de aanslag geen voor bezwaar vatbare beschikking is. Hierdoor kan de rechtbank dit beroep niet behandelen en krijgt eiser geen proceskostenvergoeding.
De rechtbank stelt de proceskosten in bezwaar en beroep vast en veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van griffierecht en proceskosten aan eiser. De uitspraak is gedaan door rechter N. Boonstra op 19 december 2024 en kan in hoger beroep worden aangevochten bij het gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag op het eerste adres wordt gegrond verklaard met vernietiging van het bestreden besluit en toekenning van proceskostenvergoeding; de rechtbank is onbevoegd voor het beroep tegen de aanslag op het tweede adres.