ECLI:NL:RBROT:2024:13164

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
24 oktober 2024
Publicatiedatum
30 december 2024
Zaaknummer
11330960 VZ VERZ 24-8361
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 78 RvArt. 45 RvArt. 69 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoekschrift afgewezen wegens verkeerde procedure en relatieve onbevoegdheid rechtbank

Op 30 september 2024 heeft verzoekster een verzoekschrift ingediend bij de Rechtbank Rotterdam waarin onder meer aanspraak op loon en verklaringen voor recht werden gevraagd. De kantonrechter oordeelt dat deze vorderingen niet via een verzoekschrift, maar via een dagvaarding moeten worden ingesteld, conform artikel 78 Rv Pro. Verzoekster krijgt daarom de gelegenheid om de verweerders alsnog met een exploot op te roepen.

Daarnaast wijst de kantonrechter erop dat de Rechtbank Rotterdam relatief onbevoegd is om over de zaak te oordelen, omdat de vestigingsplaatsen van de verweerders binnen het arrondissement van de Rechtbank Oost-Brabant liggen. De Rechtbank Rotterdam is derhalve niet bevoegd, ondanks de stellingen van verzoekster.

De kantonrechter adviseert verzoekster de procedure direct bij de bevoegde Rechtbank Oost-Brabant aanhangig te maken en de verweerders bij dagvaarding op te roepen. Indien verzoekster geen oproepingsexploot indient bij de Rechtbank Rotterdam, wordt zij niet-ontvankelijk verklaard en zal de zaak niet inhoudelijk worden behandeld.

Uitkomst: Verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard indien zij geen dagvaarding indient bij de bevoegde rechtbank.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11330960 VZ VERZ 24-8361
datum uitspraak: 24 oktober 2024
Beschikking van de kantonrechter
in de zaak van
[verzoekster] ,
woonplaats: Tilburg,
verzoekster,
die zelf procedeert,
tegen

1.NTT Data Business Solutions B.V. en Holding B.V.

vestigingsplaats: Eindhoven,
2. 2b Financed B.V.
vestigingsplaats: Veldhoven,
verweerders.
De partijen worden hierna ‘ [verzoekster] ’ en ‘NTT en 2b Financed’ genoemd.

1.De beoordeling

1.1.
Op 30 september 2024 heeft de rechtbank een verzoekschrift ontvangen van [verzoekster] . In het verzoek wordt onder andere aanspraak gemaakt op loon en wordt om een aantal verklaringen voor recht verzocht. Dat zijn allemaal vorderingen die niet bij verzoekschrift, maar bij dagvaarding moeten worden ingesteld (artikel 78 Rv Pro). [verzoekster] heeft dus een verkeerd processtuk gebruikt.
1.2.
De kantonrechter geeft [verzoekster] de gelegenheid om NTT en 2b Financed alsnog met een exploot (dagvaarding) door de deurwaarder te laten oproepen (artikel 45 Rv Pro). Ook bepaalt de kantonrechter dat de procedure wordt voorgezet als dagvaardingsprocedure. [verzoekster] mag haar stellingen aanpassen aan de regels die gelden voor die procedure (artikel 69 Rv Pro). Daarvoor – en ook gelet op wat hierna wordt overwogen – kan het nuttig zijn om juridisch advies te vragen voordat [verzoekster] verdere juridische stappen neemt.
1.3.
De kantonrechter wijst [verzoekster] erop dat de Rechtbank Rotterdam onbevoegd is.
Gelet op de stellingen in het verzoekschrift is de Rechtbank Oost-Brabant in ieder geval bevoegd, omdat de vestigingsplaatsen van NTT en 2b Financed liggen in het arrondissement van die Rechtbank. Anders dan [verzoekster] stelt is het niet zo dat de Rechtbank Rotterdam bevoegd is omdat ‘
met deze contracten overal een zaak kan starten daar het niet locatiegebonden is’, zoals zij stelt. Dit schept geen (relatieve) bevoegdheid voor de Rechtbank Rotterdam.
1.4.
De kantonrechter geeft [verzoekster] gelet op het voorgaande in overweging om de procedure met een dagvaarding direct bij de bevoegde rechtbank Rechtbank Oost-Brabant aanhangig te maken.
1.5.
Als de Rechtbank Rotterdam op de datum die onder de beslissing staat geen oproepingsexploot van [verzoekster] heeft ontvangen, wordt [verzoekster] in de onderhavige procedure door de Rechtbank Rotterdam niet ontvankelijk verklaard in haar verzoek. De zaak wordt dan niet verder inhoudelijk beoordeeld.

2.De beslissing

De kantonrechter:
2.1.
verwijst de zaak naar de rolzitting van deze rechtbank op
woensdag 20 november 2024 om 11.30 uur, waarvoor [verzoekster] NTT en 2b Financed met een exploot moet oproepen;
2.2.
wijst [verzoekster] erop dat de Rechtbank Rotterdam relatief onbevoegd is en geeft [verzoekster] daarom in overweging om de zaak direct bij de (in elk geval) bevoegde Rechtbank Oost-Brabant aanhangig te maken en NTT en 2bFinanced bij dagvaarding voor een rolzitting bij de Rechtbank Oost-Brabant op te roepen;
2.3.
bepaalt dat indien [verzoekster] NTT en 2bFinanced toch bij dagvaarding voor voornoemde rolzitting bij de Rechtbank Rotterdam oproept, de procedure dan zal worden voortgezet volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure;
2.4.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.J. Frikkee en in het openbaar uitgesproken.
527