Verzoekster heeft een schuldregeling aangeboden aan haar schuldeisers waarbij een betaling van 3,66% van de totale schuld wordt voorgesteld, gebaseerd op haar Participatiewet-uitkering en een eenmalige extra inleg. Vijftien van de zeventien schuldeisers stemden hiermee in, maar twee schuldeisers weigerden hun instemming.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de vorderingen van de weigeraars een gering aandeel vormen in de totale schuldenlast en dat het voorstel door een onafhankelijke partij is getoetst en goed gedocumenteerd is. Verzoekster verkeert in een stabiele situatie en kan geen hoger inkomen verwachten, waardoor het akkoord het uiterste is wat redelijkerwijs van haar kan worden verlangd.
De rechtbank oordeelt dat de belangen van verzoekster en de meerderheid van schuldeisers zwaarder wegen dan die van de weigeraars. Daarom beveelt zij de weigeraars om in te stemmen met de schuldregeling, veroordeelt hen in de proceskosten en wijst het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling af.