Eiseres maakt gebruik van een uitpad over het perceel van gedaagden om haar perceel te bereiken. Gedaagden plaatsten een toegangshek met palen op het uitpad, waardoor eiseres hinder ondervindt, vooral bij het gebruik van een aanhangwagen of paardentrailer. Eiseres vordert dat het uitpad vrij wordt gehouden en het hek wordt aangepast of verwijderd.
De kern van het geschil is of eiseres een recht van erfdienstbaarheid op het uitpad heeft verkregen door verkrijgende of bevrijdende verjaring. De rechtbank oordeelt dat verkrijgende verjaring niet van toepassing is vanwege het ontbreken van bezit te goeder trouw. Voor bevrijdende verjaring is het aannemelijk dat het uitpad sinds tientallen jaren als toegang wordt gebruikt, maar dit moet in een bodemprocedure nader worden vastgesteld.
De rechtbank weegt de belangen af en oordeelt dat gedaagden het recht hebben hun perceel af te sluiten, maar het hek moet zodanig worden aangepast dat eiseres haar perceel redelijk kan bereiken. De doorgang van 2,85 meter is onvoldoende vanwege de bocht en het gebruik van aanhangwagens. Gedaagden worden veroordeeld het hek binnen drie dagen te verbreden of te verwijderen, met een dwangsom bij niet-naleving. Het verbod op intimiderend gedrag wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs. Proceskosten worden aan gedaagden opgelegd.