De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering tot verlenging van de ondertoezichtstelling (OTS) van een minderjarige geboren in 2019. De moeder heeft het ouderlijk gezag en de minderjarige woont bij haar. De eerdere ondertoezichtstelling was verlengd tot 20 december 2024.
De gecertificeerde instelling voert aan dat er onvoldoende zicht is geweest op de situatie door het ontbreken van een vaste jeugdbeschermer en dat er zorgen zijn over schoolverzuim en het trauma van de minderjarige. De moeder bestrijdt dit en benadrukt de positieve ontwikkelingen, haar inzet voor psychologische hulp en de ondersteuning vanuit familie en begeleiders.
Tijdens de zitting is ook een maatschappelijk begeleider van zorgorganisatie Timon gehoord, die bevestigt dat de moeder positieve stappen heeft gezet en dat er afspraken zijn gemaakt om het schoolverzuim tegen te gaan. De moeder accepteert de hulpverlening in het vrijwillig kader en heeft vertrouwen in haar begeleiders.
De kinderrechter concludeert dat de betrokkenheid van de gecertificeerde instelling niet langer noodzakelijk is en dat verlenging van de ondertoezichtstelling niet in het belang van de minderjarige is. Het verzoek wordt daarom afgewezen. De moeder krijgt een compliment voor haar inzet en het vertrouwen in de hulpverlening wordt benadrukt.