Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoekers;
- mr. B. El Quath, werkzaam bij ILM Advocaten, advocaat van verzoekers;
- M. El Joghrafi, werkzaam bij JM Bewind en Mediation, beschermingsbewindvoerder.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Verzoekers, vluchtelingen met drie minderjarige kinderen, zijn door financiële problemen in betalingsachterstand geraakt en hebben zich onder beschermingsbewind gesteld. Zij vroegen bij de rechtbank een voorlopige voorziening ex artikel 287b Faillissementswet om de ontruiming van hun huurwoning te schorsen.
De rechtbank stelde vast dat sprake is van een bedreigende situatie, nu een ontruimingsvonnis van 20 februari 2024 en een exploot van 22 maart 2024 overgelegd waren waarin de ontruiming per 9 april 2024 werd aangekondigd. Verweerster had geen bezwaar tegen het moratorium, mits de lopende huur betaald blijft worden.
De rechtbank oordeelde dat verzoekers voldoende inkomsten hebben en dat de beschermingsbewindvoerder waarborgt dat de huurtermijnen tijdig en volledig worden voldaan. Het belang van verzoekers om in de woning te kunnen blijven en het schuldhulpverleningstraject voort te zetten, woog zwaarder dan het belang van verweerster.
Daarom werd de voorlopige voorziening voor zes maanden toegewezen met de voorwaarde dat de huurbetalingen tijdig plaatsvinden. Tevens werden verzoekers niet-ontvankelijk verklaard in hun verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw, met de mogelijkheid een nieuw verzoek in te dienen.
Uitkomst: De rechtbank schortte de ontruiming op voor zes maanden onder de voorwaarde dat de lopende huurtermijnen tijdig worden voldaan.