Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoeker;
- P. Waijers, werkzaam bij Kredietbank Rotterdam (hierna: schuldhulpverlening);
- K.N. Blom, werkzaam bij het wijkteam (hierna: begeleider).
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker heeft een verzoek ingediend op grond van artikel 287b Faillissementswet om een voorlopige voorziening te treffen die de ontruiming van zijn huurwoning opschort. Hij kampt met schulden en heeft hulp gezocht bij de gemeente Rotterdam en de Kredietbank Rotterdam voor schuldhulpverlening. De aanvraag voor schuldhulpverlening en budgetbeheer loopt nog.
De rechtbank constateert dat sprake is van een bedreigende situatie vanwege het vonnis tot ontruiming en het exploot dat ontruiming op 17 april 2024 aankondigt. De rechtbank weegt het belang van verzoeker, die in zijn woning wil blijven en het schuldhulpverleningstraject wil voortzetten, tegen het belang van verweerster, die het vonnis wil uitvoeren.
Gezien de voldoende inkomsten van verzoeker uit een WIA-uitkering en toeslagen, en de toezegging van schuldhulpverlening om vaste lasten te betalen, weegt het belang van verzoeker zwaarder. De voorziening wordt onder voorwaarden toegewezen voor zes maanden, met de verplichting dat lopende termijnen tijdig worden voldaan. Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw.
Uitkomst: De rechtbank wijst de voorlopige voorziening toe en schort de ontruiming van de huurwoning voor zes maanden op.