Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot opheffing van zijn faillissement van 28 februari 2023 met gelijktijdige toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). Het verzoek werd behandeld op 30 september 2024. De curator stelde dat verzoeker zich voldoende heeft ingespannen en medewerking heeft verleend, en adviseerde positief.
Verzoeker had eerder een WSNP-verzoek ingediend op 17 oktober 2022, dat werd afgewezen vanwege onzekerheid over nieuwe schulden uit het faillissement. Na afwikkeling van het faillissement diende verzoeker dit verzoek in om het faillissement op te heffen en de schuldsaneringsregeling toe te passen. De rechtbank oordeelde dat verzoeker ontvankelijk is, omdat hij binnen de wettelijke termijn heeft gehandeld en er geen akkoord binnen het faillissement mogelijk was.
De rechtbank achtte verzoeker in staat om de verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling na te komen, mede omdat hij fulltime werkt en inkomen boven het vrij te laten bedrag heeft afgedragen. Het verzoek tot een eerdere ingangsdatum van de WSNP werd afgewezen vanwege de hogere kosten en verschillen tussen faillissement en schuldhulpverlening. De rechtbank stelde de ingangsdatum van de WSNP vast op 7 oktober 2024, de datum van het vonnis.
De curator kreeg een definitieve salarisvaststelling en verschotten toegewezen. Tevens werden een rechter-commissaris en bewindvoerder benoemd, met een voorschotregeling voor de vergoeding van de bewindvoerder. De rechtbank gaf de bewindvoerder ook last om aan schuldenaar gerichte post te openen.