De rechtbank Rotterdam behandelde een verzoek tot toekenning van gezamenlijk ouderlijk gezag en een zorgregeling voor een minderjarige geboren in 2017. De ouders hadden een slechte verstandhouding en communiceerden nauwelijks, waardoor zij werden verwezen naar Ouderschap in Overleg en het Rotterdams Omgangshuis.
Uit de rapportages bleek dat het contact tussen de vader en de minderjarige was gegroeid, hoewel de communicatie tussen de ouders moeizaam bleef. Tijdens de mondelinge behandeling op 21 oktober 2024 bevestigden de ouders de voortzetting van de bestaande omgangsregeling waarbij de minderjarige om de veertien dagen op zaterdag van 10.00 tot 16.00 uur bij de vader verblijft. De rechtbank stelde vast dat de overdracht voortaan bij de woning van de moeder zal plaatsvinden, wat in het belang van het kind is.
De rechtbank oordeelde dat ondanks de slechte communicatie er geen onaanvaardbaar risico bestaat dat het kind klem of verloren raakt tussen de ouders. Beide ouders stellen het belang van het kind voorop en hebben stappen gezet om de communicatie te verbeteren, onder meer door gezamenlijk het oudergesprek op school te bezoeken en elkaar maandelijks per e-mail te informeren. Op grond hiervan werd het verzoek van de vader tot gezamenlijk gezag toegewezen.
De proceskosten worden ieder door eigen partij gedragen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan door partijen binnen drie maanden worden aangevochten bij het gerechtshof Den Haag.