ECLI:NL:RBROT:2024:13676

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
11 november 2024
Publicatiedatum
3 maart 2025
Zaaknummer
C/10/685452 / JE RK 24-1943
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:265g BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling zorgregeling voor minderjarige tijdens ondertoezichtstelling

De gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting verzocht de rechtbank Rotterdam om op grond van artikel 1:265g lid 1 BW een zorgregeling vast te stellen voor een minderjarige die onder toezicht is gesteld. De ouders oefenden gezamenlijk het ouderlijk gezag uit en stonden achter de voorgestelde regeling.

De regeling bepaalt dat de minderjarige om de week wisselt tussen de vader en de moeder, met wisseldag op vrijdag om 17.00 uur. Ouders halen het kind van school of bij de andere ouder op, met duidelijke afspraken over het aanbellen en wachten. Voor de zomervakantie en de periode rond Kerst en Oud en Nieuw zijn specifieke verblijfsperiodes vastgesteld.

De rechtbank achtte de regeling in het belang van het kind en wees het verzoek toe. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de proceskosten worden door partijen zelf gedragen. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden via het gerechtshof Den Haag.

Uitkomst: De zorgregeling wordt vastgesteld met om de week verblijf bij vader en moeder en specifieke afspraken voor school en vakanties.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zittingsplaats: Rotterdam
Zaakgegevens : C/10/685452 / JE RK 24-1943
datum uitspraak: 11 november 2024
beschikking vaststelling verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (hierna: de zorgregeling)
in de zaak van
De gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (hierna: de GI)
betreffende

[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2016 te [geboorteplaats] ,

hierna te noemen [voornaam minderjarige] .
Als belanghebbende zijn aangemerkt:
  • [naam moeder] , hierna: de moeder,
  • [naam vader] , hierna: de vader,
hierna ook te noemen: de ouders.

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:
- het verzoek met bijlagen van de GI van 5 september 2024, ingekomen bij de griffie op 06 september 2024.
De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 31 oktober 2024. Het verzoek is gecombineerd behandeld met het bij de rechtbank aangehouden verzoek met betrekking tot de ondertoezichtstelling van de minderjarige van raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), bekend onder
zaak-/rekestnummer: C/10/674488 / JE RK 24-400. Op deze zaak is afzonderlijk beslist.
Bij de mondelinge behandeling zijn verschenen:
  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
  • de vader,
  • de GI, vertegenwoordigd door [persoon A] ,
  • de raad, in zijn adviserende rol, vertegenwoordigd door [persoon B] .

De feiten

Het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] wordt uitgeoefend door de ouders.
Bij beschikking van 31 mei 2024 is [voornaam minderjarige] onder toezicht gesteld tot 17 november 2024.
Bij beschikking van 24 mei 2024 zijn opgenomen de onderlinge regeling die partijen voor de komende maanden over de zorgregeling hebben getroffen te weten dat [voornaam minderjarige] vanaf vrijdag 10 mei 2024 bij zijn vader verblijft en dat hij om het weekend naar zijn moeder gaat.
De volgende weekenden is [voornaam minderjarige] bij zijn moeder:
- vrijdag 17 mei haalt de moeder [voornaam minderjarige] op bij de vader om 17.00 uur en zondag 19 mei 2024 haalt de vader [voornaam minderjarige] op bij de moeder om 17.00 uur;
- vrijdag 31 mei 2024 haalt de moeder [voornaam minderjarige] op bij de vader om 17.00 uur en zondag 2 juni 2024 haalt de vader [voornaam minderjarige] op bij de moeder om 17.00 uur;
- vrijdag 14 juni 2024 haalt de moeder [voornaam minderjarige] op bij de vader om 17.00 uur en zondag 16 juni haalt de vader [voornaam minderjarige] op bij de moeder om 17.00 uur;
- vrijdag 28 juni 2024 haalt de moeder [voornaam minderjarige] op bij de vader om 17.00 uur en zondag 30 juni 2024 haalt de vader [voornaam minderjarige] op bij de moeder om 17.00 uur.
De zomervakantie is als volgt verdeeld:
- [voornaam minderjarige] is bij de vader van 12 juli 2024 tot en met zondag 4 augustus 2024 te 17.00 uur;
- vanaf 4 augustus 17.00 uur tot en met vrijdag 30 augustus 2024 te 17.00 uur is [voornaam minderjarige] bij de moeder.
De weekenden ná de zomervakantie zijn als volgt verdeeld:
- vrijdag 30 augustus 2024 brengt de moeder [voornaam minderjarige] bij de vader om 17.00 uur of de vader haalt [voornaam minderjarige] om 17.00 uur op bij de moeder, in gezamenlijk overleg af te stemmen;
- vrijdag 6 september 2024 haalt de moeder [voornaam minderjarige] om 17.00 uur op bij de vader en zondag 8 september 2024 haalt de vader [voornaam minderjarige] op bij de moeder;
- vrijdag 20 september 2024 haalt de moeder [voornaam minderjarige] om 17.00 uur op bij de vader en zondag 22 september 2024 haalt de vader [voornaam minderjarige] om 17.00 uur op bij de moeder.
De verdere afspraken voor wat betreft de zorgregeling na 22 september 2024 zullen door de jeugdbeschermer in het kader van de ondertoezichtstelling nader worden bepaald.

Het verzoek

De rechtbank begrijpt dat de GI verzoekt om op grond van artikel 1:265g lid 1 BW de navolgende regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedtaken vast te stellen:
de reguliere zorgregeling:
- [voornaam minderjarige] verblijft de even weken bij de vader en de oneven weken bij de moeder, waarbij de wisseldag op de vrijdag is.
Als [voornaam minderjarige] naar school gaat, zal de ouder hem van school halen. Indien het geen schooldag is zal de ouder hem bij de andere ouder halen om 17.00 uur. De ouder die ophaalt belt aan bij de voordeur en wacht totdat [voornaam minderjarige] beneden is;
de regeling Kerst en Oud en Nieuw 2024:
- van 20 december 2024 tot en met 26 december 2024 te 9.00 uur verblijft [voornaam minderjarige] bij de vader;
- van 26 december 2024 te 9.00 uur tot en met 31 december 2024 te 15.00 uur verblijft [voornaam minderjarige] bij de moeder;
- met ingang van 3 januari 2025 zal de reguliere zorgregeling weer van kracht worden;
de schoolvakanties en feestdagen vanaf 2025
- deze dagen zullen worden door de ouders worden verdeeld in overleg met de jeugdbeschermer.

De beoordeling

Ingevolge artikel 1:265g lid 1 van het Burgerlijk Wetboek kan de kinderrechter gedurende de ondertoezichtstelling op verzoek van de GI een verdeling van de zorg- en opvoedtaken wijzigen of vaststellen indien dat in het belang van de minderjarige noodzakelijk is.
De beide ouders hebben tijdens de mondelinge behandeling verklaard achter de door de GI verzochte regeling te staan. Deze regeling heeft de GI voorafgaand aan de indiening van het verzoek met de ouders besproken. Niet alleen de minderjarige wenst deze regeling graag, maar deze regeling maakt ook dat bij de ouders hun draagkracht en draaglast in balans is.
Op grond van het vorenstaande acht de kinderrechter de verzochte regeling in het belang van de minderjarige en zij wijst het verzoek dan ook toe.

De beslissing

De kinderrechter:
stelt met betrekking tot [voornaam minderjarige] de navolgende zorgregeling vast:
de reguliere zorgregeling:
- [voornaam minderjarige] verblijft de even weken bij de vader en de oneven weken bij de moeder, waarbij de wisseldag op de vrijdag is.
Als [voornaam minderjarige] naar school gaat, zal de ouder hem van school halen. Indien het geen schooldag is zal de ouder hem bij de andere ouder halen om 17.00 uur. De ouder die ophaalt belt aan bij de voordeur en wacht totdat [voornaam minderjarige] beneden is;
de regeling Kerst en Oud en Nieuw 2024:
- van 20 december 2024 tot en met 26 december 2024 te 9.00 uur verblijft [voornaam minderjarige] bij de vader;
- van 26 december 2024 te 9.00 uur tot en met 31 december 2024 te 15.00 uur verblijft [voornaam minderjarige] bij de moeder;
- met ingang van 3 januari 2025 zal de reguliere zorgregeling weer van kracht worden;
de schoolvakanties en feestdagen vanaf 2025
- deze dagen zullen worden door de ouders worden verdeeld in overleg met de jeugdbeschermer;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.C.A. de Groot, kinderrechter, in tegenwoordigheid van P. Mansveld-Spierings als griffier en in het openbaar uitgesproken op 11 november 2024.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.