ECLI:NL:RBROT:2024:1865
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar aanhouding besluitvorming Nederlanderschap
De zaak betreft het beroep van eiser tegen de niet-ontvankelijkverklaring van zijn bezwaar tegen de brief van 6 april 2023, waarin de Staatssecretaris het verzoek tot aanhouding van de besluitvorming over intrekking van het Nederlanderschap afwees.
Eiser had verzocht om aanhouding omdat hij in Turkije een procedure voert om afstand te doen van zijn Turkse nationaliteit, wat volgens hem gevolgen heeft voor zijn rechtspositie. De Staatssecretaris stelde dat de brief geen besluit is in de zin van de Awb en slechts een procesbeslissing zonder rechtsgevolg, waardoor bezwaar niet mogelijk is.
De rechtbank oordeelt dat de brief van 6 april 2023 inderdaad geen besluit is zoals bedoeld in artikel 1:3 Awb Pro, omdat deze geen rechtsgevolg heeft dat direct een recht, plicht of bevoegdheid van eiser wijzigt. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
De rechtbank ziet wel procesbelang bij eiser vanwege het verzoek om vergoeding van proceskosten, maar acht het bezwaar terecht niet-ontvankelijk. De intrekking van het Nederlanderschap is op 13 juni 2023 genomen, en eiser kan zijn bezwaren tegen dat besluit aanvoeren.
De rechtbank wijst het beroep af en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar tegen de brief van 6 april 2023 wordt ongegrond verklaard.