ECLI:NL:RBROT:2024:1887
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toelating tot wettelijke schuldsaneringsregeling met vaststelling ingangsdatum
Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De rechtbank heeft het verzoek behandeld en vastgesteld dat verzoeker in staat van faillissement verkeert omdat hij is opgehouden met betalen of redelijkerwijs niet kan voortgaan met betaling van zijn schulden.
Tijdens de zitting is besproken of de regeling met een eerdere ingangsdatum kan starten. Verzoeker ontvangt een WIA-uitkering en is deels arbeidsongeschikt, maar heeft bezwaar lopen tegen de UWV-beslissing hierover. De rechtbank kan niet vaststellen of verzoeker zijn inspanningsverplichting heeft nagekomen. Daarnaast is gebleken dat de aflossingen niet volledig conform de VTLB-berekeningen zijn voldaan en ontbreekt onderbouwing van de afdracht over de relevante periode.
De rechtbank oordeelt dat de aflossingen niet aantoonbaar zijn en dat het vermogen van verzoeker is aangesproken om eerdere tekorten te compenseren, waardoor het bedrag voor schuldeisers niet is toegenomen. Daarom wijst de rechtbank het verzoek af om een eerdere ingangsdatum toe te kennen en stelt zij de ingangsdatum van de regeling vast op 7 februari 2024.
De rechtbank verklaart zich bevoegd op grond van EU-verordening 2015/848 en benoemt een rechter-commissaris. Tevens wordt een voorschot op de vergoeding van de bewindvoerder toegekend en wordt bepaald dat verzoeker onder beschermingsbewind blijft gedurende de regeling.
Uitkomst: Verzoeker wordt toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling met ingangsdatum 7 februari 2024.