ECLI:NL:RBROT:2024:2056
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar WOZ-waarde en afwijzing immateriële schadevergoeding
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de niet-ontvankelijkverklaring van haar bezwaarschrift tegen de vastgestelde WOZ-waarde van een onroerende zaak per 1 januari 2021, waarop een gebruikersaanslag onroerendezaakbelasting is gebaseerd. De heffingsambtenaar had het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaarschrift niet tijdig was ontvangen.
De rechtbank heeft vastgesteld dat het bezwaarschrift op 6 april 2022 werd ontvangen, terwijl de termijn voor het indienen uiterlijk op 14 maart 2022 eindigde en het bezwaarschrift uiterlijk op 20 maart 2022 bij de heffingsambtenaar had moeten zijn. De rechtbank gaat uit van de juistheid van de datumstempel op de envelop en concludeert dat het bezwaar niet tijdig is ingediend. Redenen voor verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding zijn niet gesteld.
Eiseres stelde dat zij in de gelegenheid had moeten worden gesteld om zich uit te laten over de verschoonbaarheid, maar omdat zij gedurende de beroepsprocedure geen argumenten heeft aangevoerd, leidt dit niet tot een ander oordeel. Tevens is het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn afgewezen, omdat de redelijke termijn van twee jaar nog niet was verstreken.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, wijst het verzoek om schadevergoeding af en bepaalt dat eiseres geen griffierecht of proceskosten vergoed krijgt.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wordt ongegrond verklaard en het verzoek om immateriële schadevergoeding wordt afgewezen.