De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, geboren in 2009, die momenteel bij zijn vader woont. De kinderrechter nam de beschikking van 6 januari 2024 en de onderliggende stukken mee in haar beoordeling en hield op 15 januari 2024 een mondelinge behandeling met gesloten deuren.
De GI lichtte toe dat de thuissituatie meerdere keren was geëscaleerd en dat de minderjarige worstelt met zichzelf, zich buitengesloten voelt en wegloopgedrag vertoont. Er is behoefte aan intensieve hulp en individuele therapie. De GI staat open voor terugplaatsing onder voorwaarden als de minderjarige zich aan afspraken houdt. De vader wil dat zijn zoon naar huis komt en dat regels schriftelijk worden vastgelegd. De moeder heeft moeite met terugplaatsing zonder eerst hulp, maar staat onder voorwaarden ook open.
De kinderrechter oordeelde dat verlenging noodzakelijk is in het belang van verzorging en opvoeding, gelet op recente fysieke escalaties en de spoedplaatsing bij een oom in Limburg. De minderjarige heeft op de zittingsdag school bezocht, een bijbaan gevonden en wil naar huis. In samenspraak met alle betrokkenen is besloten de minderjarige onder voorwaarden terug te plaatsen bij zijn vader. Deze voorwaarden zijn besproken, ondertekend en aan de beschikking gehecht. Bij niet-naleving kan de GI alsnog uithuisplaatsing effectueren. De machtiging wordt verlengd tot 3 april 2024 en is uitvoerbaar bij voorraad.