ECLI:NL:RBROT:2024:2400
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde woning Rotterdam
Eiser betwist de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning te Rotterdam per 1 januari 2021, die is vastgesteld op €166.000,-. Hij voert aan dat de heffingsambtenaar tekort is geschoten in de informatieverstrekking en dat de waarde te hoog is vastgesteld vanwege onjuiste vergelijkingsobjecten en onvoldoende onderbouwing van factoren.
De rechtbank beoordeelt dat de heffingsambtenaar geen verplichting tot het toezenden van stukken heeft geschonden, aangezien alle gevraagde gegevens, waaronder de matrix en grondstaffel, zijn verstrekt. Daarnaast heeft eiser onvoldoende gemotiveerd gesteld dat bouwtekeningen of iWOZ-kaarten van belang waren voor de besluitvorming.
De rechtbank stelt vast dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. De waardebepaling is gebaseerd op een systematische vergelijking met vergelijkbare woningen, waarbij de verschillen voldoende zijn toegelicht. De door eiser aangevoerde bezwaren leiden niet tot een ander oordeel.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, de WOZ-waarde blijft gehandhaafd en eiser krijgt geen teruggaaf van griffierecht of proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €166.000,- wordt ongegrond verklaard.