Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van de onder parketnummer 10/116979-23 (hierna: feit 1) en 10/051665-24 (hierna: feit 2) ten laste gelegde feiten;
- toepassing van het jeugdstrafrecht;
- veroordeling van de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 18 maanden, met aftrek van het voorarrest;
- oplegging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (hierna te noemen: PIJ-maatregel);
- toewijzing van de vordering tenuitvoerlegging ter zake de voorwaardelijke veroordeling in de zaak met parketnummer 10/242093-21.
4.Waardering van het bewijs
eenpistool of
eenrevolver van onbekend gebleven merk
entype,
,voorhanden heeft gehad.
5.Strafbaarheid feiten en de verdachte
1. (parketnummer 10/116979-23)
Doodslag;
2. (parketnummer 10/051665-24)
Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III.
eerderenoodweersituatie mogelijk heeft gehandeld vanuit een hevige gemoedsbeweging, waarmee hem eventueel een geslaagd beroep zou kunnen toekomen op een schulduitsluitingsgrond, in de vorm van noodweerexces. De rechtbank overweegt in dit verband als volgt.
6.Motivering straf en maatregel
ForCa-rapportageover de verdachte opgemaakt, gedateerd 12 december 2023. Dit rapport houdt, voor zover hier van belang, het volgende in.
7.Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen
8.Vordering tenuitvoerlegging
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Bijlagen
11.Beslissing
voor de duur van 18 (achttien) maanden;
maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen;
€ 411,99 (zegge: vierhonderdelf euro en negenennegentig eurocent), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 6 mei 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] te betalen
€ 411,99 (zegge: vierhonderdelf euro en negenennegentig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 mei 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;
€ 2.082,- (zegge: tweeduizendentweeëntachtig euro), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 6 mei 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 2] te betalen
€ 2.082,- (zegge: tweeduizendentweeëntachtig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 mei 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;
tenuitvoerleggingvan het voorwaardelijk gedeelte, groot
30 (dertig) dagen, van de bij vonnis van 17 december 2021 van de meervoudige kamer van deze rechtbank aan de veroordeelde opgelegde jeugddetentie voor de duur van 102 dagen.