Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Het verloop van de procedure
- [kind], die voorafgaand aan de zitting is gehoord;
- de vader;
Rechtbank Rotterdam
De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzocht op 4 januari 2024 om verlenging van de ondertoezichtstelling (OTS) en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarig kind, geboren in 2007. De zaak werd op 20 februari 2024 mondeling behandeld met gesloten deuren, waarbij het kind, de vader en een vertegenwoordiger van de GI aanwezig waren. De moeder was opgeroepen maar verscheen niet.
De moeder heeft het ouderlijk gezag, maar het kind woont bij de vader. De eerdere OTS en machtiging tot uithuisplaatsing waren verlengd tot 28 februari 2024. De GI stelde dat vanwege gebrek aan zicht op het gezin en het uitblijven van een persoonlijkheidsonderzoek verlenging noodzakelijk was. De vader voerde verweer en stelde dat het goed gaat met het kind, die naar school gaat, werkt en contact onderhoudt met beide ouders.
De kinderrechter oordeelde dat onvoldoende is gebleken van een ernstige ontwikkelingsbedreiging. Het kind heeft geen specifieke hulpbehoefte, woont goed bij de vader en is betrokken bij de jeugdreclassering die toezicht houdt op de veiligheid en ontwikkeling. De kinderrechter vertrouwt erop dat het kind en de ouders een veilige omgeving kunnen creëren zonder verlenging van de maatregelen. Daarom werd het verzoek afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing wordt afgewezen.