Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoeker;
- mevrouw S. Ramlal, werkzaam bij de Kredietbank Rotterdam (hierna: schuldhulpverlening).
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker heeft op 7 februari 2024 een verzoek ingediend op grond van artikel 287b Faillissementswet om een voorlopige voorziening te treffen die de ontruiming van zijn huurwoning opschort. De rechtbank heeft op 6 maart 2024 de zaak behandeld waarbij verweerster niet is verschenen.
De rechtbank beoordeelt dat sprake is van een bedreigende situatie omdat de ontruiming gepland stond op 13 februari 2024. Verzoeker ontvangt sinds januari 2024 een PW-uitkering en heeft de huur voor februari en maart 2024 betaald, waarbij budgetbeheer de betaling van toekomstige termijnen waarborgt.
De belangenafweging leidt tot toewijzing van het moratorium voor zes maanden, onder de voorwaarde dat de lopende termijnen tijdig worden voldaan. Tevens wordt verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw, met de mogelijkheid een nieuw verzoek in te dienen.
De huurovereenkomst wordt verlengd voor de duur van de voorziening en SHV dient uiterlijk twee weken voor afloop verslag uit te brengen over de schuldregeling.
Uitkomst: De rechtbank wijst het moratorium toe en schorst de ontruiming van de huurwoning voor zes maanden onder de voorwaarde dat de lopende huurtermijnen tijdig worden voldaan.