Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 maart 2024 in de zaak tussen
[naam eiser], uit [plaatsnaam], eiser,
De algemeen directeur van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR)
Inleiding
Totstandkoming van het besluit
Beoordeling door de rechtbank
.Uit de rechtspraak blijkt dat in bepaalde gevallen wel kan worden afgeweken van de dwingendrechtelijke bepalingen die het CBR ten grondslag legt aan zijn besluit. Eiser verwijst ter onderbouwing van zijn standpunt naar twee uitspraken van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 9 februari 2022 [1] en 1 maart 2023 [2] . De gevolgen van het besluit zijn onevenredig. Eiser heeft zijn rijbewijs nodig voor zijn werk. Omdat hij geen inkomen heeft lopen zijn schulden op. De geringe overtreding rechtvaardigt niet dat eiser feitelijk zijn werkzaamheden niet meer kan verrichten.