In deze zaak tussen aandeelhouders van een restaurant exploiterende vennootschap staat een geschil centraal over de overdracht van bedrijfseigendommen, het gebruik van handelsnamen en de aanbieding van aandelen. De voorzieningenrechter oordeelt dat de eiseres onvoldoende heeft voldaan aan de verplichtingen uit een eerder vonnis, waaronder het verstrekken van inloggegevens van belangrijke bedrijfsaccounts en het aanbieden van haar aandelen tegen de eigen vermogenswaarde.
De eiseres heeft betwist dat zij niet aan haar verplichtingen heeft voldaan, maar de rechter acht aannemelijk dat zij niet alle relevante gegevens heeft verstrekt, met name van het belangrijkste Instagram-account. Ook is onvoldoende voldaan aan de verplichting tot het aanbieden van aandelen tegen de afgesproken waarderingsgrondslag. Daarnaast is vastgesteld dat de eiseres en haar medeaandeelhouder in strijd met het vonnis handelsnamen gebruiken die verwarring kunnen veroorzaken met die van de vennootschap.
De voorzieningenrechter concludeert dat de dwangsommen die zijn opgelegd wegens niet-naleving van het vonnis terecht zijn verbeurd en tot het maximum zijn opgelopen. De vorderingen tot opheffing van het executoriaal beslag en schorsing van de dwangsommen worden daarom afgewezen. De eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.