Eiseres, eigenaar van een hoekwoning in Dordrecht, maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde en de daarop gebaseerde onroerendezaakbelasting voor 2022. De heffingsambtenaar had het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.
Eiseres betoogde dat de coronapandemie en ziekte van haar moeder de vertraging veroorzaakten en dat zij in Italië woonde, waardoor zij de post te laat ontving. De heffingsambtenaar stelde dat eiseres geen verontschuldigbare reden had gegeven en dat zij zelf verantwoordelijk was voor het doorgeven van haar juiste adres.
De rechtbank oordeelde dat de aanslag correct was verzonden naar het laatst bekende adres in Dordrecht en dat het bezwaar te laat was ontvangen. De omstandigheden van eiseres, waaronder de ziekte van haar moeder, rechtvaardigden geen verschoonbare termijnoverschrijding. Omdat eiseres het risico had gelopen door het niet doorgeven van haar Italiaanse adres, werd het beroep ongegrond verklaard en werd niet aan de inhoudelijke gronden toegekomen.