ECLI:NL:RBROT:2024:359
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag starterskrediet op grond van Wet Wajong bevestigd door rechtbank
Eiser, een Wajong-uitkeringsgerechtigde, heeft meerdere malen een aanvraag om een starterskrediet ingediend bij het UWV, welke steeds is afgewezen. Na eerdere procedures en bezwaar heeft het UWV op 21 juli 2022 het verzoek opnieuw afgewezen wegens een ongewijzigde situatie en onvoldoende nieuwe informatie.
Eiser betoogt onder meer dat het UWV stukken heeft achtergehouden, dat zijn situatie is gewijzigd door het afronden van een studie en het uitschrijven van een eigen bedrijf, en dat het UWV onvoldoende expertise heeft om zijn sociale vaardigheden te beoordelen. De rechtbank oordeelt echter dat het UWV de relevante stukken tijdig heeft verstrekt en dat het onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd, mede aan de hand van recente rapporten van verzekeringsarts en arbeidsdeskundige.
De rechtbank stelt dat het UWV op grond van de medische en arbeidskundige rapportages terecht heeft geoordeeld dat eiser niet geschikt is voor het beroep van zelfstandig juridisch adviseur, mede vanwege beperkingen in sociaal functioneren en zelfstandigheid. Het UWV hoefde geen aanvullend haalbaarheidsonderzoek te laten verrichten. De rechtbank wijst ook het verzoek om schadevergoeding af, omdat geen onrechtmatig besluit is vastgesteld.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, waarmee het UWV de aanvraag om een starterskrediet in redelijkheid heeft kunnen afwijzen.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag om een starterskrediet wordt ongegrond verklaard.