ECLI:NL:CRVB:2012:BW4686
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.M. van Dun
- G.A.J. van der Hurk
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning WIA-uitkering op basis van medische beperkingen
Appellant viel in november 2005 uit wegens rug- en psychische klachten. Het UWV stelde in 2008 vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waarna appellant bezwaar maakte. Na aanvullend medisch onderzoek door psychiater Benckhuijsen en een bezwaarverzekeringsarts werd een arbeidsongeschiktheid van 35 tot 80% vastgesteld, waarop het UWV een WIA-uitkering toekende.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) adequaat waren gemotiveerd. Appellant voerde in hoger beroep vooral eerdere argumenten aan zonder nieuwe medische stukken.
De Raad onderschreef de overwegingen van de rechtbank, stelde dat het UWV een zorgvuldig onderzoek had verricht en dat de functies waarop de schatting was gebaseerd passend waren gezien de beperkingen van appellant. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot toekenning van een WIA-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 35 tot 80%.