ECLI:NL:RBROT:2024:3695
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde vrijstaande woning te Schoonhoven per 1 januari 2021
Eiser betwist de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van zijn vrijstaande woning in Schoonhoven, gesteld op € 815.000,- per 1 januari 2021, en stelt een lagere waarde van € 650.000,-. De rechtbank onderzoekt of de heffingsambtenaar de waarde niet te hoog heeft vastgesteld.
De heffingsambtenaar heeft de gebruiksoppervlakte van de woning aangepast van 247 m² naar 244 m² na correctie van de meetwijze op de eerste verdieping. Op basis hiervan is een nieuwe waardering van € 854.000,- opgesteld, gebaseerd op vergelijkingsobjecten die qua ligging, type en onderhoud vergelijkbaar zijn. De rechtbank oordeelt dat de WOZ-waardes van vergelijkingsobjecten niet relevant zijn, maar marktgegevens wel, en acht de gebruikte vergelijkingsobjecten voldoende representatief.
Eisers beroep op het gelijkheidsbeginsel en de meerderheidsregel wordt verworpen, omdat hij slechts één vergelijkbaar object noemt en onvoldoende bewijs levert voor een meerderheid van lager gewaardeerde identieke objecten. Hoewel het bestreden besluit een zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek bevat, passeert de rechtbank dit gebrek omdat eiser hierdoor niet is benadeeld. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de heffingsambtenaar wordt opgedragen het griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde van € 815.000,- wordt ongegrond verklaard en de heffingsambtenaar moet het griffierecht vergoeden.