ECLI:NL:RBROT:2024:3700
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak bezwaar WOZ-waarde woning wegens schending artikel 40 Wet WOZ
Eiser betwist de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning in Delft en voert aan dat de heffingsambtenaar niet alle gevraagde gegevens heeft verstrekt, zoals KOUDV- en liggingsfactoren van nieuwe vergelijkingsobjecten. De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar in strijd met artikel 40, tweede lid, van de Wet WOZ heeft gehandeld door deze gegevens niet te verstrekken, waardoor het beroep gegrond is en de uitspraak op bezwaar wordt vernietigd.
Desondanks acht de rechtbank de vastgestelde WOZ-waarde niet te hoog, omdat de waardering op basis van een systematische vergelijking met vergelijkbare woningen voldoende is onderbouwd en correcties voor verouderde voorzieningen en onderhoudstoestand adequaat zijn verwerkt. De rechtsgevolgen van de uitspraak op bezwaar blijven daarom in stand.
Verder constateert de rechtbank een overschrijding van de redelijke termijn in de bezwaarprocedure en kent eiser een immateriële schadevergoeding van € 50,- toe. Daarnaast wordt de heffingsambtenaar veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de uitspraak op bezwaar vernietigd, maar de WOZ-waarde blijft in stand; eiser ontvangt een immateriële schadevergoeding.