ECLI:NL:RBROT:2024:3702
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen WOZ-waarde woning en vergoeding immateriële schade wegens termijnoverschrijding
Eiser betwist de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning in Rotterdam en voert aan dat de heffingsambtenaar niet alle gegevens heeft verstrekt zoals vereist in artikel 40, tweede lid, van de Wet WOZ. Tevens stelt eiser dat de WOZ-waarde te hoog is vastgesteld vanwege de staat van onderhoud en voorzieningen van de woning.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar niet in strijd heeft gehandeld met artikel 40, tweede lid, Wet WOZ, omdat geen correcties zijn toegepast en de vergelijkingsobjecten voldoende inzichtelijk zijn gemaakt. De waardebepaling is gebaseerd op een systematische vergelijking met vergelijkbare woningen, waarbij het verschil in m²-prijs het waardedrukkend effect van de onderhoudstoestand voldoende weerspiegelt.
Daarnaast constateert de rechtbank dat de redelijke termijn voor de behandeling van het bezwaar is overschreden met twee maanden, waardoor eiser recht heeft op een immateriële schadevergoeding van € 50,-. Ook wordt een proceskostenvergoeding van € 218,75 toegekend aan eiser.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, de WOZ-waarde en aanslag blijven gehandhaafd, maar de heffingsambtenaar wordt veroordeeld tot betaling van de immateriële schadevergoeding en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard, maar eiser krijgt een immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding.