ECLI:NL:RBROT:2024:3746
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot herroeping voorwaardelijke invrijheidstelling wegens niet-naleving voorwaarden
De veroordeelde is in het Verenigd Koninkrijk veroordeeld tot 58 maanden gevangenisstraf, waarvan Nederland de tenuitvoerlegging heeft overgenomen. Hij werd op 9 juni 2021 voorwaardelijk in vrijheid gesteld met een proeftijd van 589 dagen, verlengd met 365 dagen tot januari 2024. Het OM vorderde op 2 januari 2024 gedeeltelijke herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling wegens overtreding van de voorwaarden, waaronder het niet nakomen van meldplichtafspraken en voortijdige beëindiging van verplichte behandeling.
Tijdens de zitting op 29 maart 2024 werd het advies van de reclassering besproken, die negatief adviseerde over voortzetting van het toezicht vanwege de ongemotiveerde houding van de veroordeelde en het niet naleven van voorwaarden. De verdediging benadrukte de positieve ontwikkelingen in het leven van de veroordeelde, zoals werk, huisvesting en zorg voor zijn zoon.
De rechtbank constateerde dat de veroordeelde de voorwaarden inderdaad heeft overtreden, maar oordeelde dat herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling het positieve herstel en de maatschappelijke integratie zou ondermijnen. Daarom werd de vordering van het OM afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling af vanwege positieve persoonlijke omstandigheden ondanks overtreding voorwaarden.