ECLI:NL:RBROT:2024:3793
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.G.L. de Vette
- Rechtspraak.nl
Afwijzing dwangsom wegens rechtmatige verdaging beslissing op bezwaar studiefinanciering
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van een studielening en reisvoorziening door de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Het bezwaar werd niet tijdig beslist, waarna eiser een dwangsom vorderde wegens deze vertraging. De minister had de beslistermijn echter rechtmatig met zes weken verdagd, wat eiser betwistte.
De rechtbank overwoog dat de verdaging van de beslistermijn niet gemotiveerd hoeft te worden en dat de minister deze bevoegdheid slechts inzet indien een zorgvuldige behandeling binnen de initiële termijn niet mogelijk is. Eiser stelde dat de verdaging structureel en onrechtmatig werd toegepast bij studenten uit andere EU-lidstaten, maar slaagde hier niet in omdat onvoldoende bewijs voor discriminatie werd geleverd.
De rechtbank concludeerde dat de ingebrekestelling van eiser te vroeg was ingediend en dat de minister op goede gronden de dwangsom heeft afgewezen. Ten overvloede werd vermeld dat een kleinere dwangsom was toegekend naar aanleiding van een latere ingebrekestelling. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard, met als gevolg dat hij geen dwangsom ontvangt en het griffierecht niet wordt terugbetaald.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst de dwangsom af wegens rechtmatige verdaging van de beslissing op bezwaar.