Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het ten laste gelegde onder 1, 2 en 3;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en 120 uur taakstraf, subsidiair 60 dagen hechtenis.
4.Waardering van het bewijs
nagelaten om bij het gebruik van de trap, waarbij het risico bestond over het
eenbloeding in de hersenen en
5.Strafbaarheid feiten
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straf
8.Vordering benadeelde partij / schadevergoedingsmaatregel
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Bijlagen
11.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden;
[benadeelde partij], te betalen een bedrag van
€ 162.613,10 (zegge: honderdtweeënzestigduizend zeshonderddertien euro en tien eurocent), bestaande uit € 82.613,10 aan materiële schade en € 80.000,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 25 augustus 2021 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van
[benadeelde partij]te betalen
€ 162.613,10(hoofdsom,
zegge: honderdtweeënzestigduizend zeshonderddertien euro en tien eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 augustus 2021 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 162.613,10 niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
365 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.