ECLI:NL:RBROT:2024:3825
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening voor maatschappelijke opvang wegens onduidelijkheid over woonruimte toezegging en belangen minderjarige kinderen
Verzoekster, met drie kinderen waaronder twee minderjarigen, werd na beëindiging van haar huurovereenkomst dakloos en vroeg om maatschappelijke opvang bij de gemeente Rotterdam. Het college wees dit af omdat verzoekster als zelfredzaam werd beschouwd en alleen een huisvestingsvraag had.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er sprake is van een spoedeisend belang vanwege het ontbreken van eigen woonruimte en het einde van tijdelijke opvang. Er is onduidelijkheid over een vermeende toezegging van de gemeente om woonruimte te regelen bij dakloosheid, wat een belangrijke rol speelde bij de minnelijke regeling met de verhuurder.
Gezien de kwetsbare positie van de minderjarige kinderen en het belang van hun woon- en schoolomgeving, acht de voorzieningenrechter het noodzakelijk dat het college verzoekster en haar kinderen voorlopig toegang verleent tot maatschappelijke opvang tot een week na de beslissing op bezwaar.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe, veroordeelt het college tot vergoeding van griffierecht en proceskosten, en benadrukt dat dit oordeel niet bindend is voor een eventuele bodemprocedure.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voorziening wordt toegewezen en het college moet verzoekster en haar minderjarige kinderen toegang verlenen tot maatschappelijke opvang tot één week na de beslissing op bezwaar.