ECLI:NL:RBROT:2024:4059
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking voorlopige voorziening wegens opschorting besluit
Verzoekster heeft een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Schiedam van 8 december 2023. Dit verzoek werd ingetrokken nadat het college had toegezegd de invordering van het besluit op te schorten tot 1 juli 2024. De voorzieningenrechter beoordeelde vervolgens het verzoek om een proceskostenveroordeling.
Het college stelde dat verzoekster geen spoedeisend belang had bij het verzoek om voorlopige voorziening en dat zij daarom niet in de proceskosten veroordeeld moest worden. De voorzieningenrechter verwierp dit standpunt omdat het verzoek was ingetrokken vanwege de opschorting door het college, waardoor de vraag naar spoedeisend belang irrelevant werd.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het college aan het verzoek om voorlopige voorziening is tegemoetgekomen en dat verzoekster recht heeft op vergoeding van de proceskosten. De proceskosten werden vastgesteld op € 875,-, gelijk aan het griffierecht voor de ingediende proceshandeling. Tevens werd het griffierecht van € 51,- terugbetaald aan verzoekster.
De uitspraak werd gedaan zonder zitting en is onherroepelijk, aangezien tegen deze uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.
Uitkomst: Het college wordt veroordeeld tot betaling van € 875,- proceskosten en terugbetaling van het griffierecht.