Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoeker;
- [naam].
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling vanwege een schuldenlast van €183.664,91, waaronder een fraudeschuld van €10.456,99 aan de gemeente Rotterdam. Deze schuld is ontstaan doordat verzoeker in de periode van juli 2021 tot mei 2023 een PW-uitkering ontving waarop hij geen recht had.
De rechtbank beoordeelt of verzoeker te goeder trouw is geweest in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek. Gezien het feit dat verzoeker de uitkeringsinstantie niet juist heeft geïnformeerd en geen bezwaar heeft gemaakt tegen het besluit van de gemeente, oordeelt de rechtbank dat de schuld niet te goeder trouw is ontstaan of onbetaald is gelaten.
Ondanks de mogelijkheid tot toelating op grond van andere feiten of omstandigheden, acht de rechtbank deze niet voldoende aannemelijk. Daarom wordt het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling afgewezen.
De uitspraak is gedaan door rechter M. Aukema op 18 januari 2024. Verzoeker kan binnen acht dagen hoger beroep instellen via een advocaat bij het gerechtshof.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens het ontbreken van goede trouw door een fraudeschuld.