Verzoekster heeft een schuldregeling aangeboden aan zes schuldeisers, waaronder één preferente en vijf concurrente schuldeisers, met een totaalbedrag van €3.412,96. Het voorstel omvat een betaling van 34,41% aan preferente en 17,21% aan concurrente schuldeisers, gefinancierd door een saneringskrediet. Vijf schuldeisers stemden in, maar één schuldeiser, met een vordering van €1.278,65 (37,5% van de totale schuld), weigerde.
De rechtbank beoordeelde het verzoek tot toepassing van artikel 287a Faillissementswet, waarbij de weigering van de schuldeiser in het licht van de belangen van verzoekster en overige schuldeisers werd gewogen. Het voorstel was zorgvuldig getoetst door een onafhankelijke partij en goed gedocumenteerd. Verzoekster heeft geen inkomen boven haar ziektewetuitkering en kan niet meer bieden.
De rechtbank concludeerde dat het dwangakkoord het maximale haalbare is en een gunstiger resultaat biedt dan de wettelijke schuldsaneringsregeling, die hogere kosten en latere uitkering voor schuldeisers inhoudt. De belangen van verzoekster en instemmende schuldeisers wegen zwaarder dan het belang van de weigeraar. Het verzoek tot dwangakkoord wordt toegewezen, het subsidiaire verzoek tot schuldsanering afgewezen en de weigeraar veroordeeld in de proceskosten.