Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 251 dagen, met aftrek van voorarrest, waarvan 100 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 5 jaar met daarbij de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door Reclassering Nederland (hierna: de reclassering) in het over de verdachte opgestelde reclasseringsrapport van 10 april 2024, waarbij het geadviseerde locatieverbod zou moeten gelden voor de gehele stad Dordrecht;
- de bijzondere voorwaarden en het toezicht door de reclassering direct uitvoerbaar te verklaren.
4.Waardering van het bewijs
5.Strafbaarheid feiten
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straf
8.Vordering benadeelde partij / schadevergoedingsmaatregel
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Bijlagen
11.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 250 (tweehonderdvijftig) dagen;
€ 113,39 (zegge: honderddertien euro en negenendertig cent), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 5 oktober 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van [slachtoffer] te betalen
€ 113,39(hoofdsom,
zegge: honderddertien euro en negenendertig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 oktober 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening;
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
2 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;