Uitspraak
Cl10/668561 / KG ZA 23-999
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam behandelde een kort geding waarin de moeder van een minderjarige vorderde om de onbegeleide omgang tussen de minderjarige en de vader op te schorten en een bijzondere curator te benoemen. De minderjarige staat onder toezicht van Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, met verlenging van de ondertoezichtstelling tot februari 2024.
De moeder stelde dat de minderjarige zich niet veilig voelt bij de vader en na omgangsmomenten overstuur is. De vader betwistte dit en stelde dat de moeder haar negatieve gevoelens projecteert. De GI en de Raad voor de Kinderbescherming gaven aan dat het benoemen van een bijzondere curator geen meerwaarde heeft en dat ouders aan hun onderlinge relatie moeten werken.
De voorzieningenrechter constateerde dat het traject van omgang en hulpverlening was vastgelopen door onvoldoende medewerking van beide ouders. De vader verklaarde zich bereid mee te werken aan trajecten bij NIKA en Amzo, wat essentieel wordt geacht voor verbetering. De moeder wordt geadviseerd psycho-educatie te volgen. Partijen bereikten overeenstemming over een begeleide omgangsregeling onder toezicht van de moeder van de vader.
De voorzieningenrechter wees het verzoek tot schorsing van de omgang en benoeming van een bijzondere curator af wegens gebrek aan belang. De kosten van de procedure worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Verzoek tot schorsing onbegeleide omgang en benoeming bijzondere curator wordt afgewezen; begeleide omgangsregeling wordt vastgesteld.