Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
uitspraak van de voorzieningenrechter van 1 mei 2024 in de zaak tussen
[verzoekster] , uit [plaats] , verzoekster,
de burgemeester van de gemeente Vlaardingen, verweerder,
Procesverloop
Inleiding
.
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster woont sinds 2003 op het betreffende adres en werd geconfronteerd met een besluit tot sluiting van haar woning en kelderbox voor zes maanden op grond van artikel 13b van de Opiumwet. Dit besluit volgde op een politieonderzoek na een melding van inbraak en vondst van 41,7 gram harddrugs en middelen voor productie en handel in de kelderbox.
Verzoekster maakte bezwaar en stelde dat zij geen verwijt treft, geen herhalingsgevaar bestaat en dat de sluiting onevenredig is gezien haar persoonlijke omstandigheden. De burgemeester baseerde het besluit op het gevaar voor de openbare orde en gezondheid, en het voorkomen van herhaling.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting van de kelderbox, maar dat sluiting van de woning onder de gegeven omstandigheden onevenredig is. Er is geen bewijs van betrokkenheid van verzoekster bij drugshandel en de woning wordt vooral als postadres gebruikt door haar zoon. Daarom wordt het besluit geschorst voor zover het de woning betreft, maar blijft de kelderbox gesloten.
Verzoekster krijgt vergoeding van griffierecht en proceskosten. De uitspraak is gedaan op 1 mei 2024 en bindt niet in een bodemprocedure.
Uitkomst: De sluiting van de woning wordt geschorst wegens onevenredigheid, maar de kelderbox blijft gesloten.