ECLI:NL:RVS:2019:1993
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting woonwagen en bijgebouw wegens drugshandel ondanks medische omstandigheden
De burgemeester van Oss besloot op 16 mei 2018 tot sluiting van de woonwagen en het bijgebouw waar appellanten wonen, op grond van artikel 13b van de Opiumwet, vanwege drugshandel die in het bijgebouw plaatsvond. De burgemeester baseerde dit op een bestuurlijke rapportage waarin cocaïnehandel door de zoon van appellante A werd vastgesteld.
Appellanten maakten bezwaar tegen de sluiting en voerden aan dat de woning en het bijgebouw niet als een functioneel geheel moeten worden beschouwd en dat de sluiting onevenredig is vanwege ernstige medische omstandigheden, waaronder COPD en afhankelijkheid van zuurstof door appellante A. De rechtbank oordeelde dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting en dat de medische situatie onvoldoende onderbouwd was om de sluiting te verhinderen.
In hoger beroep bevestigde de Raad van State deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de woonwagen en het bijgebouw als een samenhangend geheel moeten worden gezien, mede vanwege de voorzieningen in het bijgebouw. Tevens oordeelde de Afdeling dat appellanten onvoldoende medische stukken hadden overgelegd om aan te tonen dat verplaatsing naar een andere woonwagen medisch onverantwoord zou zijn.
De sluiting werd daarom niet als onevenredig beschouwd. De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de sluiting van de woonwagen en het bijgebouw voor drie maanden wegens drugshandel.