De rechtbank Rotterdam heeft op 3 april 2024 de echtscheiding uitgesproken tussen partijen die gehuwd waren sinds [datum] te [plaats]. De minderjarige kinderen, geboren tussen 2008 en 2010, hebben de Spaanse nationaliteit maar de gewone verblijfplaats is Nederland, waardoor Nederlands recht van toepassing is.
De hoofdverblijfplaats van de minderjarigen is vastgesteld bij de vader, conform hun wens en het advies van de raad voor de kinderbescherming. De moeder verzocht om de hoofdverblijfplaats bij haar te bepalen, maar dit is afgewezen. De rechtbank stelde een zorgregeling vast waarbij de kinderen iedere zondag van 14:00 tot 18:00 uur bij de moeder zijn, met het oog op het herstel van het contact en de ontwikkeling van de kinderen.
De man heeft het verzoek tot voortgezet gebruik van de woning ingetrokken, maar het huurrecht van de woning is aan hem toegewezen. Partijen zijn overeengekomen dat de moeder een kinderbijdrage van €17 per maand per kind aan de vader betaalt. Het verzoek van de moeder om partneralimentatie is afgewezen omdat de man geen draagkracht heeft en het ontbreken van lotsverbondenheid niet is aangetoond.
Het verzoek tot verdeling van de huwelijksgemeenschap is afgewezen wegens onvoldoende specificatie. De proceskosten worden door partijen ieder voor eigen rekening gedragen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad, behalve de echtscheiding zelf.