Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- het verzoekschrift met bijlagen van de man, ingekomen op 19 januari 2024;
- de berichten met bijlagen van de man, ingekomen op 23 februari 2024 en
- het verweerschrift tevens zelfstandig verzoekschrift, met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 13 maart 2024;
- het bericht met een bijlage van de vrouw, ingekomen op 18 maart 2024.
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- de vrouw (via een videoverbinding), bijgestaan door haar advocaat;
- de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), vertegenwoordigd door [naam 3].
2.De vaststaande feiten
3.De beoordeling
- te bepalen dat hij dagelijks kan videobellen met de minderjarige;
- gedurende elke maand tenminste een weekend met de minderjarige door te brengen, waarbij de vrouw ervoor moet zorgen dat de minderjarige op haar kosten naar en van de man wordt gebracht, dan wel gehaald;
- voor het geval dat de minderjarige is teruggekeerd naar Nederland een zorgregeling vast te stellen waarbij de minderjarige elke week drie dagen bij hem verblijft.