Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- de man en zijn advocaat voornoemd;
- de vrouw
- de GI, vertegenwoordigd door [naam 3] ;
- de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), vertegenwoordigd door [naam 4] .
2.De vaststaande feiten
- de echtscheiding tussen partijen uitgesproken;
- bepaald dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij de vrouw zal zijn;
- bepaald dat de man in het kader van de zorgregeling omgang heeft met de minderjarige: eenmaal in de twee weken van vrijdag uit school tot maandag naar school;
- bepaald dat de man met ingang van het tijdstip waarop de echtscheidingsbeschikking zal zijn ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand huurder zal zijn van de echtelijke woning aan [adres].
3.De beoordeling
veel succes met alles.”