ECLI:NL:RBROT:2024:4613
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen drie maanden woningsluiting wegens drugs en explosieven
De burgemeester van Rotterdam heeft besloten de woning van verzoekers voor drie maanden te sluiten vanwege de aanwezigheid van een handelshoeveelheid harddrugs, een explosief en illegaal vuurwerk. Verzoekers maakten bezwaar en vroegen om een voorlopige voorziening om in de woning te mogen blijven.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er sprake was van een spoedeisend belang, maar dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting op grond van artikel 13b van de Opiumwet. De aanwezigheid van ruim 700 gram harddrugs, een weegschaal en een kwetsbare woonwijk rechtvaardigen de maatregel. De indicatieve test en het NFiDENT-onderzoek waren voldoende bewijs, ondanks het ontbreken van een formele NFI-rapportage.
Verzoekers voerden aan dat de woning onrechtmatig was betreden en dat de sluiting onevenredig was, mede vanwege hun persoonlijke omstandigheden en het huisrecht. De voorzieningenrechter verwierp deze argumenten, omdat het bestuursrecht een andere bewijslast kent dan het strafrecht en de sluiting een legitiem doel dient, namelijk het herstel van de openbare orde.
De rechter concludeerde dat de belangen van het algemeen belang zwaarder wegen dan die van verzoekers en dat de woningsluiting naar verwachting in bezwaar in stand blijft. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de drie maanden durende woningsluiting wordt afgewezen.