Verzoekster heeft op 3 januari 2024 een verzoek ingediend tot het treffen van een voorlopige voorziening (moratorium) ex artikel 287b Faillissementswet om de ontruiming van haar woonruimte te voorkomen. Eerder was op 17 maart 2023 een moratorium toegekend, maar deze is vervallen omdat verzoekster de huurtermijnen vanaf juli 2023 niet tijdig heeft voldaan.
Verzoekster wenst tijd om een minnelijke regeling te treffen of een wettelijke schuldsaneringsregeling aan te vragen. Verweerder stelt dat een tweede moratorium slechts onder strenge voorwaarden kan worden toegekend en dat zijn belangen zwaarder wegen. De rechtbank oordeelt dat een tweede moratoriumverzoek ontvankelijk kan zijn, maar dat hier sprake is van een bedreigende situatie doordat het eerste moratorium is vervallen en de ontruiming opnieuw is aangezegd.
Omdat het minnelijk traject is beëindigd en verzoekster inmiddels een WSNP-verzoek heeft ingediend dat op 31 januari 2024 wordt behandeld, ziet de rechtbank geen aanleiding om het moratorium te verlengen. Het verzoek wordt daarom afgewezen.