Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 jaar met aftrek van voorarrest;
- verbeurdverklaring van het in beslag genomen geldbedrag van € 8.400,- en onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen jammers.
4.Waardering van het bewijs
effective remedywaarborgt. Ook indien deze uitleg van de raadsman zou worden gevolgd, leidt dit niet tot het door de raadsman beoogde gevolg. De rechtbank begrijpt het betoog aldus dat de raadsman meent dat er voorafgaand aan de interceptie een rechterlijke toetsing had moeten plaatsvinden. De rechtbank stelt vast dat deze toetsing heeft plaatsgevonden. Het Openbaar Ministerie heeft in onderzoek 26Argus, voorafgaand aan het door de Franse autoriteiten aansluiten en activeren van de in Nederland ontwikkelde techniek die het ontsleutelen van het berichtenverkeer mogelijk maakte, een machtiging van de rechter-commissaris gevorderd voor het geven van een bevel tot het opnemen van telecommunicatie. Daarnaast zijn machtigingen gevorderd voor het geven van een bevel tot het binnendringen van en het doen van onderzoek in een geautomatiseerd werk. Deze machtigingen zijn afgegeven en daaraan zijn voorwaarden verbonden om op die manier de privacy-schending zoveel mogelijk te begrenzen.
.
-account.
actual departure.
1 januari 2021 tot en met 9 maart 2021te Rotterdam,
envijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, te weten het opzettelijk vervoeren en binnen het grondgebied van Nederland brengen van ongeveer 665 kilogram van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen,
ditvoertuig, met behulp van anderen met gebruikmaking van een pincode het haventerrein laten vervoeren;
19 november 2020 tot en met 3 december 2020te Rotterdam, althans in Nederland,
5.Strafbaarheid feiten
deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 10a, eerste lid van de Opiumwet;
medeplegen van, om een feit, bedoeld in het vierde en vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, zich en een ander gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen en/of voorwerpen, vervoermiddelen en/of gelden voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit;
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro A van de Opiumwet gegeven verbod;
deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 10, vijfde lid van de Opiumwet.
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straf
8.In beslag genomen voorwerpen
9.Voorlopige hechtenis
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Bijlagen
12.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 8 (acht) jaar;
mr. P. Putters, voorzitter,