Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Het verzoek tot verbetering
2.De beoordeling
3.De beslissing
3597/1582
Rechtbank Rotterdam
Ingenios B.V. verzocht de rechtbank Rotterdam om een herstelvonnis waarbij de toegewezen wettelijke rente in het vonnis van 27 maart 2024 gecorrigeerd zou worden van artikel 6:119 BW Pro naar artikel 6:119a BW. Ingenios stelde dat de vordering gebaseerd was op een handelsovereenkomst tussen professionele partijen, waardoor de wettelijke handelsrente van toepassing is.
RMC B.V. betwistte dat er sprake was van een kennelijke schrijffout en stelde dat de rechtbank niet meer kan toewijzen dan is gevorderd in het petitum. Zij verwees naar eerdere jurisprudentie ter onderbouwing van haar standpunt.
De rechtbank oordeelde dat, gelet op de stellingen en de aard van de overeenkomst, Ingenios inderdaad de wettelijke handelsrente had bedoeld te vorderen. De rechtbank concludeerde dat de fout in het vonnis een eenvoudige correctie betrof die binnen artikel 31 Rv Pro valt. De verbetering werd toegewezen en het vonnis aangepast met de juiste wetsartikelverwijzing.
De beslissing houdt in dat in het vonnis van 27 maart 2024 de verwijzing naar artikel 6:119 BW Pro wordt vervangen door artikel 6:119a BW, en dat RMC veroordeeld blijft tot betaling van de wettelijke handelsrente. Beide partijen worden verzocht het herstelvonnis te retourneren aan de griffie.
Uitkomst: De rechtbank wijzigt het vonnis door de wettelijke rente toe te wijzen op grond van artikel 6:119a BW in plaats van artikel 6:119 BW.