ECLI:NL:RBROT:2024:5035

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
3 juni 2024
Publicatiedatum
3 juni 2024
Zaaknummer
10952570
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230g BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenvonnis over informatieverplichtingen en ontbinding huur opslagruimte

In deze civiele zaak gaat het om een huurachterstand van een opslagruimte die door [gedaagde] is gehuurd van Swartbox. Swartbox vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de opslagruimte, alsmede betaling van de huurachterstand met rente en kosten.

[gedaagde] stelt dat zij haar sleutel al anderhalf jaar kwijt is en daarom geen toegang heeft tot de opslagruimte, maar wil wel betalen mits toegang wordt verleend. Swartbox betwist dit en stelt dat [gedaagde] zelf een slotenmaker moet inschakelen.

De kantonrechter oordeelt dat hoewel partijen het eens zijn over de huurachterstand, Swartbox moet voldoen aan haar informatieverplichtingen volgens artikel 6:230g BW en moet aangeven hoe de overeenkomst tot stand is gekomen. Tevens is onduidelijk hoe de opzegging van de overeenkomst zich verhoudt tot de vordering tot ontbinding, zodat Swartbox de gelegenheid krijgt dit toe te lichten of haar eis in te trekken. De zaak wordt verwezen naar een rolzitting op 25 juni 2024 voor nadere behandeling.

Uitkomst: De zaak wordt aangehouden en verwezen naar een rolzitting voor nadere toelichting over informatieverplichtingen en ontbinding.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 10952570 CV EXPL 24-5427
datum uitspraak: 31 mei 2024
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
NX-Creations B.V., die ook handelt onder de naam
Swartbox,
vestigingsplaats: Berkel en Rodenrijs, gemeente Lansingerland,
eiseres in conventie, verweerster in reconventie,
vertegenwoordigd door: [persoon A] ,
tegen
[gedaagde],
woonplaats: [woonplaats] ,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘Swartbox’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 9 februari 2024, met bijlagen;
  • de aantekeningen van de griffier van de mondelinge reactie van [gedaagde] , waarbij zij ook een tegeneis heeft ingediend;
  • de mail van Swartbox van 11 maart 2024.
1.2.
[gedaagde] heeft de gelegenheid gekregen om te reageren op de mail van Swartbox, maar dat heeft ze niet gedaan.

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak om?
2.1.
[gedaagde] heeft een opslagruimte gehuurd van Swartbox. Zij heeft een huurachterstand laten ontstaan. Swartbox wil daarom dat de huurovereenkomst wordt ontbonden en dat [gedaagde] de ruimte moet ontruimen. Verder eist ze dat [gedaagde] wordt veroordeeld om de huurachterstand te betalen, met rente en buitengerechtelijke kosten.
2.2.
[gedaagde] voert aan dat ze al anderhalf jaar haar sleutel kwijt is en daardoor de opslagruimte niet kon gebruiken. Ze wil betalen, maar eist wel dat ze toegang krijgt tot de ruimte.
2.3.
Swartbox is het niet eens met de tegeneis. Zij stelt dat [gedaagde] alleen zelf een sleutel heeft. Volgens haar moet zij daarom zelf een slotenmaker inschakelen, om toegang te krijgen.
Swartbox moet meer informatie geven
2.4.
In principe zijn de partijen het erover eens dat [gedaagde] de huurachterstand moet betalen. Dat betekent niet automatisch dat de kantonrechter [gedaagde] ook kan veroordelen om die achterstand te betalen. De huurachterstand is namelijk gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument. De kantonrechter moet daarom beoordelen of Swartbox heeft voldaan aan haar informatieverplichtingen, ook als daar geen verweer tegen is gevoerd. [1]
2.5.
Swartbox heeft in de dagvaarding hierover niets gesteld. Zij krijgt daarvoor alsnog de kans. Swartbox moet op zijn minst stellen op welke manier de overeenkomst tot stand is gekomen (binnen de verkoopruimte, op afstand, of buiten de verkoopruimte) en op welke manier zij heeft voldaan aan de toepasselijke informatieverplichtingen (artikel 6:230g e.v. BW).
2.6.
Verder eist Swartbox ook dat de kantonrechter de huurovereenkomst ontbindt. Bij de dagvaarding zit echter een e-mail van 5 januari 2024, waarin Swartbox de overeenkomst per direct heeft opgezegd. Swartbox heeft niet uitgelegd hoe dit zich verhoudt met haar eis om de overeenkomst te ontbinden. De kantonrechter geeft Swartbox alsnog de kans om dit toe te lichten, of haar eis tot ontbinding in te trekken.
De zaak wordt verwezen naar de rolzitting van 25 juni 2024
2.7.
De kantonrechter verwijst de zaak naar de rolzitting van
dinsdag 25 juni 2024om
11.30 uurzodat Swartbox zich uit kan laten. Als Swartbox schriftelijk reageert, dan moet die reactie uiterlijk 24 juni 2024 in tweevoud zijn ontvangen op de rechtbank. In dat geval is het niet nodig dat zij naar de rolzitting komt.
2.8.
Als Swartbox zich uitlaat dan zal [gedaagde] nog de kans krijgen om hierop te reageren.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
verwijst de zaak naar de rolzitting van
dinsdag 25 juni 2024om
11.30 uurzodat Swartbox zich uit kan laten over de punten zie zijn genoemd in 2.4-2.6;
3.2.
houdt alle overige beslissingen aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.J.R. van Tongeren en in het openbaar uitgesproken.
33394

Voetnoten

1.Hoge Raad 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677